Hoofdstukindex:

XXGroot2Boudewijn de Groot behoeft eigenlijk geen nadere introductie. De zanger, songwriter, muziekproducent en acteur viert volgend jaar zijn vijftigjarig jubileum als artiest en wie zijn lange carrière-beschrijving op bijvoorbeeld Wikipedia leest, komt onder de indruk van de omvang en veelzijdigheid van zijn oeuvre.

De Groot begon zijn carrière in 1964. Zijn faam als protestzanger groeide snel, met hits als Meisje van 16, Welterusten Mijnheer de President, Testament, Verdronken Vlinder en Land van Maas en Waal, waarvoor hij een gouden plaat kreeg, evenals voor zijn elpees Voor de overlevenden (die zelfs platina opleverde) uit 1966 en Picknick uit 1967. Voor beide albums ontving hij bovendien een Edison (foto onder, met Wim Sonneveld). Het zou het begin zijn van een aanzienlijke reeks successen en onderscheidingen in latere jaren.

Voor de redactie van de C+B website zijn met name de jaren zestig interessant. Boudewijn leerde de groep in dit decennium vrij goed kennen en bovendien werkte hij in die tijd kort samen met Eelco Gelling. Interviews geeft hij echter nauwelijks meer. "Na vijftig jaar is alles wel verteld. Het is mijn muziek die nog spreekt en dat is genoeg," zegt hij ergens op internet.

Vorig jaar begon Boudewijn de Groot aan een uitgebreide toernee. Vaarwel, Misschien tot Ziens bleek een enorm succes. Zó groot zelfs, dat werd besloten er nog een tweede seizoen aan vast te knopen. Eind september startte hij wederom een lange reeks concerten die, op een enkele uitzondering na, inmiddels allemaal zijn uitverkocht. In maart volgend jaar treedt hij op in Assen en Hoogeveen. 

Toen de website-redactie Boudewijn benaderde voor een gesprek over Cuby & the Blizzards, stemde hij direct toe: "Want het is een stukje historie, dat voor mij óók belangrijk is geweest." Dus ontmoetten we hem vorige maand op een regenachtige dag in restaurant Dreefzicht te Haarlem, waar hij op de fiets arriveert. Vanuit Heemstede, regenjasje aan, zonder gedoe. Inderdaad: Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser nog altijd…
Hij herkent Jan Venhuizen, manager van C+B in de periode 1963-1976, die ook bij de ontmoeting aanwezig is, direct. "Na al die jaren," mijmert hij. "Leuk dat we elkaar weer zien."

XXGroot8Bijna anderhalf uur praten we met Boudewijn, die zonder schroom vertelt over zijn herinneringen aan een voor hem woelige periode in zijn carrière. "Ik ontmoette C+B regelmatig bij concerten en dergelijke. On the road dus. Ik heb aan hun beginperiode niet veel herinneringen meer, maar ik weet bijvoorbeeld nog wel dat we eind 1966 samen met onder meer Liesbeth Liszt en The Motions op het Hartewens-festival hier in Haarlem hebben gestaan. Ik had wel contact met Harry en Eelco en vond het gewoon aardige jongens. Herman Brood heb ik in die periode niet meegemaakt. Het was een geweldige band, die succes had met Window of My Eyes en Appleknockers Flophouse en dergelijke. Maar ik had een eigenzinnige smaak en vond hun cover-versie van Richard Cory uit 1966 hun beste nummer en nog steeds waanzinnig goed."


Twijfel
Ondanks het commerciële succes sloeg rond 1967/1968 bij Boudewijn de twijfel toe over zijn muzikale toekomst. Hij is er zelf kort doch krachtig over: "Ik had succes, maar op den duur was hetgeen ik deed niet bevredigend meer en soms zenuwslopend. Ik wilde gewoon wat anders." Artistiek kwam hij zelfs in een impasse terecht, bekent hij openhartig.
Hij legt uit: "Ik had dan wel die hits en dergelijke, maar de tijd veranderde snel. Het barste in het circuit van de nederbeat-bands, die de zalen plat speelden. Het uitgaanspubliek wilde dat ook: rauwe muziek, dansen, helemaal uit je dak gaan. Ik had geen eigen band omdat ik altijd met studio-muzikanten werkte. Dus bij optredens kwam ik alleen het podium op met m’n Spaanse gitaar en dan was ik dat gozertje van die lullige liedjes weet je wel. Het publiek zat niet op die luisternummers van mij te wachten en liet dat ook steeds meer merken. Ik twijfelde dus hevig of ik wel met dat Nederlandstalige repertoire door moest gaan."

XXGroot3Boudewijn overwoog naar de Engelse taal over te stappen, maar aarzelde lange tijd. In een poging om de buitenlandse markt te veroveren, bracht hij al in 1967 onder de naam Baldwin een single met Engelstalige versies uit van Land van Maas en Waal (Land at Rainbow’s End) en Verdronken Vlinder (Beautfiul Butterfly). Er werden naar zijn eigen zeggen ruim 500 stuks van verkocht. "Die teksten werden niet begrepen en de paar Engelsen die het gehoord hebben, zullen zich voornamelijk hebben verbaasd over dat merkwaardige accent."
Terwijl De Groot zich beraadde over zijn toekomst, had hij een ontmoeting met Harry Muskee die hem nog zeer helder voor ogen staat. "Ik zal het nooit vergeten. Harry zei, waar anderen bij waren, met nadruk tegen me: Boudewijn, wat jij doet, daar heb ik zo’n bewondering voor. In het Nederlands, helemaal in je eentje, tussen die beatbands die allemaal hetzelfde spelen… Ik was zeer verbaasd en dacht: Wauw, dan beteken ik kennelijk toch nog wel iets voor sommigen die het kunnen weten."

Lachend: "En vanaf dat moment hield ik zielsveel van Harry… Ik snap het nu wel. Ondanks het feit dat onze muziek mijlenver uit elkaar lag, zag hij kennelijk in mij toch een soort zielsverwant, iemand die zijn eigen gang ging en deed wat hij wilde. Terwijl ik al een tijdje van binnen met mezelf worstelde: O mijn god, niemand vindt het meer goed wat ik doe. Hij stak me dus duidelijk een hart onder de riem en dat heeft me zeer goed gedaan."


Nacht en Ontij
In 1968 besloot Boudewijn te breken met het repertoire uit zijn eerdere jaren. Om te beginnen nam hij de elpee Nacht en Ontij op. Dat was de opvolger van het zeer succesvolle Picknick, maar inhoudelijk van een totaal andere orde. Op zijn eigen website schrijft Boudewijn over die plaat: "Ik wilde er één maken met een verhaal, een soort luisterfilm. Met een vriend van de filmacademie, Lucien Duzee, kwam ik op het idee het verhaal van een heksensabbath te schrijven. Die hele elpee bestaat maar uit twee nummers, Babylon en Heksensabbath, dat 25 minuten duurt en op vinyl over beide plaatkanten is verdeeld. Het moest mystiek klinken en dat doet het ook. Muzikaal is het veelomvattend: van een middeleeuws heksenlied tot elektronische experimenten en van een Gregoriaans koor tot een wervelende finale die een mengeling moest zijn van Bach en Wagner."

XXGroot6In een poging de grenzen van de Nederpop verder te verleggen, maakte De Groot met Nacht en Ontij in feite de eerste Nederlandstalige 'concept-elpee'. Er werd druk geëxperimenteerd met  synthesizers, exotische instrumenten en geluidseffecten, die werden gefabriceerd in het 'elektronische laboratorium' van de onlangs overleden Dick Raaijmakers. 

Boudewijn: "Ook voor die plaat maakte ik gebruik van sessiemuzikanten en ik heb toen mensen gevraagd waarvan ik wist dat ik die 'lastige' elpee met ze kon maken: Kees Kranenburg jr. op drums, Hans Jansen op keyboards en Jan Hollestelle op bas. Ik had echter ook een goede gitarist nodig. De lovende woorden van Harry maakte het voor mij een stuk gemakkelijker om Eelco Gelling te vragen, die ik fenomenaal vond."

Manager Jan Venhuizen vult vervolgens aan: "Ik kan me nog herinneren dat Eelco werd benaderd. Wij hadden net de LP Trippin’ Thru A Midnight Blues uitgebracht en vonden het wel bijzonder dat hij aan een elpee van Boudewijn zou meewerken. Omdat wij dezelfde platenmaatschappij en dezelfde producer hadden, Tony Vos, was dat geen enkel probleem."

"Het was tof van Eelco om mee te doen, want dit was absoluut zijn ding niet," vervolgt Boudewijn. "Eelco was een nog vrijere jongen dan Harry en hij moest bij mij natuurlijk heel anders spelen dan bij C+B, min of meer in opdracht. En eerlijk gezegd was hij daar niet zo sterk in. We hadden voor Nacht en Ontij vier nummers gemaakt. Babylon en Heksensabbath pasten bij elkaar en bij de sfeer van die elpee. Maar we hadden ook twee andere nummers: Aeneas Nu en Wie Kan Me Nog Vertellen. Die hoorden duidelijk niet op die plaat thuis. We hebben ze wel opgenomen, en uiteindelijk als bonussingle bij de eerste persing van Nacht en Ontij gedaan. Later is die single ook nog apart uitgekomen. Op Aeneas Nu speelt Eelco prachtig solo, maar in dat nummer zit ook een bariton-sax. Dus ik zei tegen Eelco: het zou mooi zijn als jij precies gelijk met die bariton ook dat loopje speelt."  

XXGroot12Boudewijn neuriet het voor: da da da da... "En daar schrok Eelco ontzettend van! Hij antwoordde: dat kan ik niet… Terwijl zo’n elementair loopje door iedere gitarist probleemloos wordt gespeeld. Waarom was Eelco daar nou zo bang voor? Omdat hij iets diende te spelen dat hij niet zelf had bedacht, maar dat hem werd voorgeschreven. Het moest gelijk met die  bariton-sax en daarvan raakte hij totaal in de war. Dat loopje komt in Aeneas Nu diverse malen voorbij en hij heeft het twee keer redelijk goed gespeeld. Verder liet hij het lopen en gaf hij er een eigen interpretatie aan. Je kan het duidelijk horen als je naar het nummer luistert. Uiteindelijk hebben Tony Vos en ik gezegd: laat maar, want dit was Eelco niet. Tegen hem moest je zeggen: dit zijn de akkoorden, dit zing ik en als ik klaar ben, speel jij maar wat je wilt. Dat hebben we verder ook gedaan en toen was hij echt waanzinnig goed…"


The Tower
Nacht en Ontij kwam in februari 1969 op de markt, maar werd niet echt een succes. Ondertussen besloot Boudewijn de Groot om het toch in het Engels te proberen. Waarmee we bij de gelegenheidsformatie The Tower terechtkomen.

XXGroot7"Ik had zelf het nummer In Your Life geschreven en samen met Linda van Dijck Slow Motion Mind. Met de muzikanten van Nacht en Ontij hebben we bij Phonogram in Hilversum deze single opgenomen en onszelf The Tower genoemd. De band werd als een soort supergroep gelanceerd zoals The Cream in Engeland, maar dat was grote onzin. Zo hebben we onszelf in ieder geval nooit gezien."

We bestuderen het fotohoesje van In Your Life. Op internet worden namelijk afwijkende bezettingen met andere muzikanten genoemd. Maar na enig gepuzzel is Boudewijn duidelijk: "Het is dezelfde bezetting als bij Nacht en Ontij. Hans Jansen, Eelco Gelling, Jan Hollestelle, Kees Kranenburg jr. en ik."
Daarmee worden de geruchten ontzenuwd dat ook Herman Deinum (toen nog Blues Dimension) en Jay Baar (de drummer van Q65) deel uitmaakten van The Tower. "Beiden komen volgens mij pas later in het verhaal voor."

In Your Life werd een bescheiden hit en bereikte begin 1969 de twintigste plaats in de top-40. Vervolgens nam The Tower een tweede single op. Boudewijn schreef Captain Decker (over kapitein Decker, schipper van de Vliegende Hollander), en het fraaie Steps into Space samen met de dichter Simon Vinkenoog, ook een bekende van Harry Muskee. "Ik kwam regelmatig bij Vinkenoog thuis en vertelde hem dat ik in het Engels ging zingen. O mooi, zei Simon, dan schrijf ik wel een paar teksten voor je. Korte tijd later kwam hij met die twee nummers." 

XXGroot10Captain Decker werd wel opgenomen met een andere bezetting. Duidelijk is in ieder geval dat John Schuursma (toen nog bij Rob Hoeke, later gitarist bij Brainbox) erbij was en mogelijk ook Willem Schoone op bas. Boudewijn: "John Schuursma en Eelco Gelling als twee solo-gitaristen in één band, dat kan niet." En Jan Venhuizen: "Ik kan me nog voor de geest halen dat ik Eelco maar één keer naar Hilversum voor een sessie met The Tower heb gereden. Niet vaker." Hetgeen uiteindelijk tot de conclusie leidt dat Eelco Gelling niet op Captain Decker te beluisteren is.

Ondanks dat de tweede Tower-single ook in Frankrijk en Spanje werd uitgebracht, deed Captain Decker helemaal niets. Deze flop betekende dan ook direct het einde van The Tower. "Waren we echt succesvol geweest, dan was ik waarschijnlijk wel doorgegaan en wellicht met een eigen band, want de meeste jongens van die sessies hadden een vaste stek in hun eigen groep."


De boerderij in Dwingeloo
Het idee van een eigen Engelstalige band liet Boudewijn de Groot echter niet los. En dat luidde een nieuw hoofdstuk in. Najaar 1969 besloot hij naar Drenthe te verhuizen. Van zijn laatste spaarcenten en met een beetje hypotheek kocht hij een boerderij in het gehucht Leggeloo, ten noorden van Dwingeloo. "Deze beslissing had weinig of niets te maken met het feit dat Harry Muskee al jaren in die boerderij in Grolloo woonde. Ik ben een paar keer bij hem geweest en ik vond het in Grolloo eerlijk gezegd nogal deprimerend. Ook dat ik regelmatig bij hem zou hebben gelogeerd, is voor zover ik me kan herinneren onjuist. Het kan echter best zijn dat ik een keertje ben gebleven, om de rook om ons hoofd te laten verdwijnen zeg maar…"

XXGroot1Boudewijn vertelt dat hij in die jaren erg bezig was met het occultisme en met kabouters en heksen. "Dat blijkt ook wel uit Nacht en Ontij. Bij de hippies in de Randstad heerste het idee dat je daarvoor in Drenthe moest zijn, met al die bossen en hei. Drenthe was the place to be. Ik zat in een fase met de nodige privé-problemen, maar ik liep ook nog steeds met dat plan van die nieuwe beatband rond. Ik had dus letterlijk en figuurlijk ruimte nodig. Drenthe trok me wel, ook qua sfeer. In een plaatselijke krant zag ik een advertentie van makelaar Zijlstra in Beilen (dezelfde makelaar die later aan Harry Muskee de boerderij in Ansen verkocht). We hebben enkele boerderijtjes bekeken en zijn uiteindelijk in november 1969 in Leggeloo beland. Het was een echte boerderij, met een deel en een prima voorhuis, waar we zó in konden. Het lag zeer afgelegen. Het staat er nu nog, maar is in de loop van de afgelopen decennia aanzienlijk uitgebreid en verbouwd."

Vanaf dat moment kwamen Cuby & the Blizzards weer nadrukkelijk in beeld. De Groot had wat muzikale hippievrienden en -vriendinnen mee naar Dwingeloo genomen (foto boven), waaronder de al eerder genoemde Jay Baar van Q65, bassist Jaap Gerritsen van The Clungels en een gitarist met de naam Kamal ("die nogal vaag deed over zijn afkomst"), in een poging om daar nieuw, Engelstalig materiaal te schrijven. Alle goede bedoelingen ten spijt, liep het in de Dwingeloo-commune echter helemaal mis.

"Artistiek kwam er totaal niks van de grond. Er werd alleen maar geblowd en slap geluld. Ik voelde me daar totaal niet prettig. Bovendien hadden we te maken met een zeer koude winter. Ik heb begin 1970 die mensen weer allemaal de deur uitgewerkt. Maar toen zat ik daar wel alleen."

XXJanDekkerHarry Muskee en Jan Venhuizen bezochten Boudewijn een enkele maal in Leggeloo en troffen daar een eenzame en tobbende De Groot aan. Harry sleet rond die tijd zijn laatste jaar in Grolloo en was alweer vaak in Assen te vinden. Hij nodigde Boudewijn uit om the Blizzards in Assen gezelschap te houden. En dat deed De Groot ook.

"Ik heb ze vaak opgezocht. We ontmoetten elkaar bijna altijd in café Jan Dekker aan de Gedempte Singel (foto links), waar we veel ouwehoerden en eindeloos hebben zitten toepen. In die periode heb ik C+B dus goed leren kennen en dat was in de bezetting met Harry en Eelco en verder Herman Deinum, Hans la Faille en Helmig van der Vegt. Ook cirkelde er een meisjesgroep om C+B heen, waaronder Sacha en Jenny Gans en Marga Beukema, die vaak op de brommer naar Leggeloo kwam om als baby-sit te fungeren als ik mijn zoontje Marcel en dochtertje Caya op bezoek had. Marga was een erg lief meisje, dat zeer goed met de kinderen omging."


Mee naar de concerten
Zonder melodramatisch te willen zijn, benadrukt Boudewijn dat hij zijn vrienden en vriendinnen in Assen als een soort familie zag. De relatie werd nog verder versterkt toen hij vaak met C+B meeging naar hun concerten. "Ik had in die jaren weinig omhanden en dus voldoende tijd. C+B had zo’n moderne Van Hool-toerbus aangeschaft en ik heb heel wat in die bus naar buiten gestaard en gepeinsd over hoe ik nu verder moest. Ik denk daaraan terug met een gevoel van weemoed. The Blizzards hadden succes, het was een ontzettend goede en leuke band en ze verdienden geld natuurlijk. En ik zat daar met een flink portie zelfmedelijden omdat het met mij niet lukte en omdat ik niet wist hoe ik verder moest. Toch ging ik met plezier mee. Ook omdat ik dacht: goh, wat zou ik dit ook graag willen."

XXGroot9Over Herman Deinum zegt Boudewijn: "Hij had een apart soort humor, maar was en is een zeer goede bassist, met dat herkenbare zoemende geluid van hem. Hij heeft nog meegespeeld op een single die ik in 1970 samen met Rick van der Linden van Ekseption heb gemaakt onder de naam Session en op mijn Nederlandstalige single De Nachtwacht uit datzelfde jaar."

Doordat Boudewijn volledig door C+B werd geaccepteerd had hij weinig moeite om zich bij de groep aan te sluiten. "Ook al ben ik geen bluesman zoals Harry was en ben ik zeker geen liefhebber van de pure blues, weet je wel van zo’n man met alleen een gitaar die Woke Up One Morning zingt of zo. Harry was wel een blueszanger, maar ik vond the Blizzards uit die tijd geen echte bluesgroep Ze speelden gewoon muziek die ik goed vond. Wellicht wat commercieel, maar het was allemaal wat lekkerder en vetter dan die oude blues. C+B was sowieso geen wilde band in die jaren. Misschien was dat eerder wel zo, maar ik heb dat in 1969/1970 niet zo ervaren. Het was eigenlijk een vrij gezapig leventje dat werd geleid. Veel bier drinken, dat wel natuurlijk."


Terug naar de Randstad
XXGroot13In de loop van 1970 kwam er een einde aan wat Boudewijn de Groot zelf de 'Domper van Dwingeloo' noemt, dus zijn verblijf in Drenthe. "Het geld was op en de belastinginspecteur zat me op de hielen. Ik heb de boerderij weer verkocht en ben teruggegaan naar de Randstad. Ik was zelf ondertussen na lang beraad tot het inzicht gekomen dat ik de draad van het Nederlandstalige lied weer op moest pakken. Ook Eelco zei rond die tijd in een interview dat ik niet alles tegelijk moest willen, maar genoegen moest leren nemen met wat ik kon en daar was ik inmiddels dus ook wel achter."

In zijn huidige theatertoernee zingt Boudewijn een nummer dat Het Is Mooi Geweest heet. Daarin zit een couplet dat die 'Domper van Dwingeloo' fraai verwoordt, met onder meer de volgende tekstregels:

'Met vier vage hippies in een boerderij op het platteland van Drenthe
Perzische tapijten op de vloer, wolken wierook in de lucht
Grootse plannen voor een beatband, veel geklets en weinig centen
Ik dacht wel ver vooruit - dacht ik - maar het was een jammerlijke stap terug
De dagen traag en ijzig blauw en koud en zwart de nachten
Binnen was de rook en ook de sfeer vaak om te snijden.
(…)
Ik ha
d nog wel een soort van uitgelegd
Dat ik voor Engelse teksten koos
Maar na een maand of wat dacht ik: ze kunnen me wat, er wordt alleen maar slap geouwehoerd
Toen heb ik het hippievolk met wierook en al naar buiten gebonjourd.
(…)
En op de laatste warme dag heb ik Lennaert opgebeld
Ik heb spijt, zei ik, we moeten praten.’

Boudewijn: "Harry had me er dus enkele jaren daarvoor al op gewezen dat ik als Nederlandstalige artiest het beste uit de verf kwam en hij had gelijk. Ik weet ook nog dat hij, toen ik vaak in Assen kwam en we over van alles en nog wat mijmerden, tegen me zei: Eigenlijk zou ik dat ook graag willen wat jij doet. Lekker in mijn eentje in het Nederlands zingen. Ik antwoordde: Dat meen je niet… Ja hoor, zei Harry, dat zou ik het liefste willen, helemaal alleen, van niemand afhankelijk, gewoon in het Nederlands zodat iedereen begrijpt waar je over zingt…"


De eenzame fietser
XXGroot5Na enkele jaren van schrijf- en productiewerk voor andere artiesten (waaronder Rob de Nijs), bracht Boudewijn de Groot in 1973 weer een Nederlandstalige elpee uit, die tot stand kwam in hernieuwde samenwerking met zijn muziekbroeder en vriend Lennaert Nijgh: Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser. De plaat werd een groot succes en betekende een enorme impuls voor de verdere carrière van Boudewijn de Groot.

Hij vertelt tot slot: "Na 1970 verwaterden de contacten tussen C+B en mij in rap tempo. Ik ging andere dingen doen en had sowieso geen echte band met Assen. We kwamen elkaar nog wel eens tegen en dan was het altijd goed. Ik heb nog vaak aan die periode teruggedacht en met name aan de uitspraken van Harry, ook ten tijde van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser, toen ik nog wel eens met onwillig publiek te maken had. Dat hij me stimuleerde gaf me een stuk zekerheid waar ik in die tijd grote behoefte aan had. En daar zal ik hem altijd dankbaar voor blijven."

Met dank aan Anja Bak, Boudewijn de Groot, Johan Gaasbeek en Jan Venhuizen (foto onder met Boudewijn).

N.B.
* Boudewijn de Groot speelt op 22 maart 2014 in De Kolk te Assen en een dag later in De Tamboer in Hoogeveen.
Zie voor meer informatie zijn website:
www.boudewijndegroot.nl
* De elpee Nacht en Ontij is in 1994, aangevuld met de nummers Aeneas Nu en Wie Kan Me Nog Vertellen op CD uitgebracht. De twee originele singles van The Tower zijn moeilijk te vinden. De vier nummers zijn wel samengebracht op de 4CD-box Wonderkind aan het Strand uit 1996, waarop meer Engelstalig werk van Boudewijn de Groot staat. Op You Tube zijn deze en veel andere in dit artikel genoemde titels ook veelal gewoon te beluisteren.

xxGroot4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven